• Nederlands
  • Voordat Stichting Roots Up werd opgezet, heeft Olivier van Walsem zelf de projecten gefinancierd. Het succes van die voorgaande projecten heeft er voor gezorgd dat Roots Up opgericht werd. Hieronder een overzicht van de succesvolle projecten en interessante ontwikkelingen:

    1. De oprichting van drie volledig uitgeruste groentetuinen bij de crèches;
    2. Het planten van twee voedselbossen bij de crèches, de noten en vruchten worden gegeten door de kinderen;
    3. Het realiseren van regenwateropvang bij de crèches;
    4. Het aansluiten aan de gemeentelijke watervoorziening bij een tweetal crèches;
    5. Een meer voedzame en meer gevarieerde lunch voor de kinderen in de drie crèches;
    6. Het creëren van een bron van inkomsten, waarmee ze crèchepersoneel kunnen betalen en benodigheden voor de crèches kunnen kopen;
    7. Het trainen van gemeenschapsleden in regeneratieve landbouw;
    8. Het trainen van Future Farmers in regeneratieve landbouw;
    9. Een reductie van diefstallen van het hekwerk tussen het park en de gemeenschappen;
    10. Een reductie van branden in de gemeenschappen, die het park ook treffen;
    11. Een reductie van stropen voor de pot;
    12. Inlichtingen vanuit de gemeenschappen betreffende stroperij.

    Later die ochtend zijn we met het dorpshoofd de gemeenschap ingegaan. Ze zijn zelf al begonnen met het ontginnen van land, zodat ze een gemeenschapstuin kunnen beginnen. Rory en Zimisele zullen een logisch ontwerp maken, zodat we waterpartijen, groentetuinen, boomgaarden, basisvoedseltuinen en natuur kunnen integreren. We zijn optimistisch dat de tuinen op den duur voldoende zullen produceren om producten te leveren aan het park en voor de gemeenschap zelf. Ondanks dat Sekane zo’n anderhalf keer zoveel water ontvangt als Gudlintaba, blijft water ook hier een probleem. Ze hebben wel een permanente dam voor het vee, maar of deze ook genoeg levert voor de groentetuinen is de vraag.

    Na ons bezoek aan Sekane zijn we terug gegaan naar het park voor de Future Farmer braai. Dit leek ons een goed idee om een samenhorigheid te creëren. Daarbij wilden we ook de nieuwe bibliotheek aan de Future Farmers laten zien. Ik heb hier een begin mee gemaakt, omdat ik graag wil dat de Future Farmers het meeste maken van hun tijd als stagiaires bij ons. Daarnaast kunnen ze deze informatie toepassen in de gemeenschappen, experimenten opzetten en voor hun eigen, toekomstige bedrijven gebruiken. De boeken hebben voornamelijk permacultuur als onderwerp, maar er zijn ook boeken die infrastructuur, water, economie en filosofie/motivatie behandelen.

    De braai was een groot succes, hoewel de Future Farmers het waarschijnlijk wat vreemd vonden om een man groenten te zien koken. Braaien van vlees doen de heren nog wel, maar al het andere koken wordt in de Zoeloe en Xhosa cultuur aan de dames over gelaten. Ik heb een groentestoof van vier verschillende groenten gemaakt, die wat leek op een ratatouille om aan te tonen wat je allemaal kan doen met groenten. Om maar een voorbeeldje te geven, bijna niemand eet courgettes en aubergines konden we niet eens vinden in de supermarkten. Beetje stoven, wat specerijen, verse kruiden en ‘Hollandse’ sambal er door (Zoeloes en Xhosa zijn dol op pikant eten) en klaar is Clara. De pan was leeg later.

    Het was in ieder geval inspirerend om met de Future farmers te spreken. Het zijn ambitieuze dames en heren en we hebben met interesse naar hun toekomstplannen geluisterd. Allemaal hadden ze wel ideeën hoe ze de nieuwe kennis zouden gebruiken voor hun eigen toekomstige bedrijven.

    28 oktober stond in eerste instantie in het teken van de ontmoeting met de Inkosi (chief). Deze man is de grootste Chief van Zululand met 94 gemeenschappen onder zich. De chief was uiteraard veel te laat met verschijnen. Een oude en beproefde manier om de pikorde aan te geven.

    Allereerst kwamen de Isinduna (dorpshoofden) en raadsheren binnen, waarna er een zogenaamde ‘praise cryer’ op het toneel verscheen. Deze ratelde gedurende anderhalve minuut een machinegeweervuur van titels op ons af, waarna de grote man uiteindelijk zelf verscheen. Hierbij stonden zijn Isinduna op en scandeerden de clan-naam van de chief. Wat volgde was een urenlange bespreking, waarbij veel toespraken werden gehouden, die door Zimisele vertaald werden. De chief spreekt overigens vloeiend Engels, zijn dorpshoofden veel minder of niet. Als ze het ergens over eens waren, dan werd er weer opgestaan om de clan-naam te scanderen.

    Heel kort en bondig zeiden de chief en zijn Isinduna dat ze ons zeer dankbaar zijn voor alle hulp die wij en het park bieden in de vorm van de bouw van tuinen en het opleiden van mensen. Van hun eigen regering hoeven ze geen cent te verwachten.

    Tersluiks informeerde de chief nog even of we hem wellicht konden helpen met het bouwen van een kraal voor zijn vee. Niet geschoten is altijd mis natuurlijk. We hebben diplomatiek aangegeven dat we dat niet konden doen. Zimisele en ik konden na wat snel denkwerk en overleg wel een alternatief bieden. Dus in plaats daarvan hebben hem de optie gegeven om ‘holistic grazing management’ te implementeren op zijn eigen land met zijn eigen vee. Dit is een manier van vee houden, die het land verbetert in plaats van erodeert. Dit aanbieden kost ons bijna niets, zal zijn land verbeteren, waardoor hij meer koeien kan houden en als lichtend voorbeeld kan dienen voor zijn onderdanen.

    Een aanvullend voordeel voor ons is dat we deze vorm van veeteelt dan ‘bottom up’ en ‘top down’ kunnen introduceren in de gemeenschappen. Een, zijn wil is wet en als hij iets gedaan wil krijgen, dan dienen zijn onderdanen dit te volgen. Twee, als het bij hem werkt, dan wordt het makkelijker om de gemeenschappen te overtuigen om dit te implementeren. 

    Ik moest ook nog speechen en heb dit maar simpel gehouden. In feite kwam het er op neer dat we optimistisch zijn de gemeenschappen te kunnen helpen met ontwikkelen, maar dat we ieders hulp nodig om het maximale resultaat te bereiken. Dit werd goed ontvangen, dus stonden de Isinduna nog maar eens op om de naam van de clan te scanderen. Na afloop van de vergadering was het officiële gedeelte klaar en konden we doorgaan naar het cadeautjes aanbieden aan de chief, een wezenlijk onderdeel van de hele exercitie. Wij hadden een grote fles Klipdrift (brandewijn), twee bananenbomen en een citrusboom voor hem meegenomen. Aan de gezichten te zien, vielen deze geschenken in goede aarde. En na nog wat gekeuvel met de Chief en zijn vrouw konden we de aftocht blazen.

    Dit verhaal heeft overigens nog een staartje. Zimisele kwam de Chief diezelfde avond toevallig nog tegen in de stad. Daarbij liet hij nog even doorschemeren dat hij alle Isinduna nog maar eens op hun lazer had gegeven. Om er nog maar even zeker van te zijn dat ze een succes van deze projecten maken. Logisch ook, want als zijn onderdanen welvarender worden, dan wordt hij dat ook.

    Welke kant valt onder Holistic Grazing Management

    De volgende ochtend ben ik om zeven uur als eerst naar het neushoornweeshuis gegaan om de nieuwste ‘aanwinst’ te gaan bekijken. Gelukkig was dit geen wees door stroperij, maar had de moeder ‘slechts’ een gezwel bij de uier, waardoor zogen onmogelijk was. Op dit moment zijn er vier wezen, waarvan er drie binnenkort vrij gelaten worden.

    Direct hierna ben ik met Rory en Zimisele naar KwaGudlintaba gereden. Ik heb vele verhalen over deze gemeenschap gehoord, omdat het een uitdagende gemeenschap is vanwege de watertekorten, de rotsachtige bodem en veel vee. Zoeloes zien vee als een vorm van sparen en zullen daarom ook hun best doen om hier veel van te verkrijgen. Spijtig genoeg laten ze dit vee wel vrij grazen. Zo richt het zeer veel schade aan de goede begroeiing en zorgt het voor zware erosie en nog meer watertekorten. 

    Bij aankomst was duidelijk dat de problemen veel erger waren dan ik verwacht had. De rotsen zijn problematisch, maar ze kunnen ook een oplossing zijn in regeneratieve agricultuur. Zo kunnen we er dammen en kleine terrassen mee maken om waterinfiltratie makkelijker te maken, dit gaat erosie tegen en helpt planten groeien.

    De groentetuin lag er fantastisch bij, goed ingetuind en bedekt met schaduwnetten. Ook werd er hard gewerkt aan het uitbreiden aan de tuin om basisgewassen, zoals mais en aardappels te telen. Hier zal geëxperimenteerd worden met verschillende teeltmethoden, om te bepalen wat de beste methoden zijn voor deze specifieke gemeenschap. Het succes van een crèche valt en staat met het team dat er de scepter zwaait en het was wel duidelijk dat de medewerkers en vrijwilligers hier zeer gemotiveerd zijn om er echt wat van te maken en veel te leren.

    Een probleem is dat deze tuin het enige groene plekje in de gemeenschap is in het droge seizoen en zo als magneet voor allerlei plaagdieren dient. Daarom moeten we de gehele gemeenschapsgronden herstellen in plaats van alleen de velden van de gemeenschapsleden, anders blijft dit probleem bestaan.

    De kinderen hebben nu veel meer verse groenten in hun dieet en het overschot aan groenten wordt verkocht om andere zaken voor de crèche te kopen. De kok wordt ook betaald in groenten in ruil voor haar werk. Ook proberen ze wat extra groenten te geven aan de armsten in de gemeenschap. Het voedselbos is geplant en de meeste bomen zullen nog wel een paar jaar moeten groeien voordat ze vrucht zetten. Maar de mango’s, papaya’s, granadilla’s (een soort Mandarijn) en verschillende inheemse vruchten doen het nu al erg goed ter plekke en de kinderen hebben er veel van kunnen eten gedurende het afgelopen seizoen. 

    Ere wie ere toekomt en ik ben ontzettend blij hoe Rory, Zimisele, de future farmers, de crèche medewerkers en alle vrijwilligers gewerkt hebben om een succes te maken van dit project. We hopen dit snel uit te kunnen breiden naar de gemeenschap met de hulp van onze donateurs. 

    Dinsdag was vergaderdag met Karen. Daarvoor had ik de gelegenheid om wat langer te spreken met Junior en Siyabonga en hen te vragen wat hun verwachtingen en plannen waren. Net als alle Future Farmers zijn het serieuze jongelui, die landbouw als hun manier zien om zich een weg naar de middenklasse te verschaffen. Onderdeel van hun opleidingen waren keuzestages bij boerenbedrijven, maar het mooie van de huidige stage is, dat ze met veel meer verschillende praktische zaken in aanraking komen, zoals bijvoorbeeld het stekken van planten, het bouwen van irrigatiesystemen en dergelijke.

    ’s Middags hebben we de vergadering met Karen gehad. Hierbij hebben we besproken waar we goed samen kunnen werken en hoe we elkaar kunnen helpen in de projecten. Karen heeft ons ook duidelijk gemaakt waar de beperkingen liggen. Het jaarlijkse waterrantsoen voor het park is de belangrijkste beperking voor de uitbreiding van de kwekerij. Er is ons duidelijk gemaakt dat de kwekerij achter in de rij staat op het moment dat er watertekorten zijn.

    Gelukkig ligt een groot deel van de oplossing in het opvangen van regenwater dat op de daken valt, maar het realiseren van opslag en en goten zal een interessante uitdaging worden. De daken hebben een potentiele opvangcapaciteit van zo’n 550.000-600.000 liter gedurende het jaar. We hebben berekend dat we een tank van zo’n 400,000 liter moeten bouwen als optimale opslag. Groter hoeft niet omdat de regen natuurlijk gespreid over een seizoen valt.

    Ook kwam de creatie van een grote groentetuin en kippenren ter sprake. Zo zullen we op den duur de werknemers van het park voor een gedeelte kunnen voorzien van groenten en eieren. Deze projecten zullen ook als proeftuin dienen voor de tuinen die we in de planning hebben voor de gemeenschappen en die op den duur moeten leveren aan het park. 

    De kwekerijen en de groentetuin zijn een eerste opzet om inkomen te genereren voor onze projecten. Het is altijd mijn doel geweest om de projecten op de lange termijn zelfvoorzienend te maken, omdat ik er geen zin in heb om tot in lengte der dagen mijn hand bij donateurs op te moeten houden. Daarom is Imbewo Yoshinto ook opgezet als een bedrijf (maar wel een non-profit organisation). Er kan door activiteiten te ontplooien winst worden gemaakt, maar deze zal terugstromen in het bedrijf om de gemeenschappen te helpen ontwikkelen en het park te steunen. 

    Maandag 25 oktober werd ik ’s ochtends om een uur of kwart over vijf wakker. Bruce en ik hebben even rustig buiten zitten keuvelen, waarna het tijd was om de huurauto te gaan halen. Ik had een 4x4 Toyota Fortuner gehuurd, omdat ik ook de gemeenschappen in wilde gaan en die wegen slecht begaanbaar zijn voor een normale auto’s.

    De reis van het ‘Highveld’, een grassavanne met weinig bomen, door de Drakensbergen, naar het ‘Lowveld’, waar Nongoma ligt, duurt zo’n vijf en een half uur. Een interessante rit vanwege de verschillende landschappen die je doorkruist. Sommige plekken zijn uitgestrekt en wijds, andere woest en bergachtig, maar naar gelang je daalt worden de landschappen vriendelijker en weer meer geschikt voor landbouw. Manyoni Private Game Reserve, een van mijn partners in het landbouwproject, ligt in het zogenaamde ‘Lowveld’, dit was oorspronkelijk ook een grassavanne, maar met veel meer bomen en beboste gebieden. Ook hier vindt tegenwoordig veel landbouw plaats, waardoor het van des te meer belang is dat parken, zoals Manyoni, blijven bestaan. Manyoni betekent overigens ‘plek van de vogels’. Bij de ingang van het park kon ik eindelijk mijn steenkolenZoeloe uitproberen op de dame die de poort bemande. Het blijft mooi om te zien, hoe mensen het waarderen als je hun taal probeert te spreken. Grote grijnzen nadat ik me weer eens door een begroeting had geworsteld en direct hulp om mijn uitspraak te verbeteren.

    Eenmaal bij kantoor was het een vreemde gewaarwording om Rory en Zimisele in levende lijve te ontmoeten. We hebben over de laatste twee jaar intensief contact gehad en zijn zo vrienden geworden. Maar een drankje drinken heeft er nooit ingezeten, vanwege corona en de afstand. Toch mooi om te zien dat je ook op deze manier een band kan scheppen. 

    Vervolgens zijn we door de kwekerij gelopen en werd ik geïntroduceerd aan twee van onze Future Farmers, landbouwstudenten, die een jaar stage bij ons lopen. ’s Avonds zijn we naar een lokale tent gegaan om samen met Karen de parkmanager, enkele van haar personeelsleden, wat te gaan eten. Een gezellige avond die er voor gezorgd heeft dat Rory en Zimisele ook weer nauwere banden hebben geschept met het team van het park.  

    Ol, Zimisele en Rory

    Zondag 24 oktober was het toch eindelijk zover. Op naar Schiphol, waar het een zooitje bleek te zijn. Ik had er even geen rekening mee gehouden, dat het herfstvakantie was voor Regio Zuid, waardoor er enorme rijen stonden.

    Aangekomen in het vliegtuig besloot ik me nog maar eens te wijden aan mijn Zoeloe lessen. Ik heb deze lessen zo’n vier maanden genomen om me voor te bereiden op deze reis. De gedachtegang was dat men mij wat meer serieus zou nemen, als ik in ieder geval een paar woorden kan spreken. Het is een lastige taal om te leren, ik moest gewoon ouderwets in mijn kop stampen. Gelukkig had ik een goede lerares.

    Na een prima vlucht landen we rond half tien ’s avonds in Johannesburg. O.R. Tambo, de internationale luchthaven van Jo’burg, was bijna uitgestorven. Hier was wel te merken dat de Zuid-Afrikaanse toerisme industrie flinke klappen had gevangen. Nadat ik mijn koffers had gekregen, vond ik buiten mijn goede vriend, Bruce Badenhorst, waarbij ik een nachtje zou blijven slapen. Het verhuurbedrijf van mijn auto was al gesloten en de afstand naar Manyoni was toch te ver en te onveilig om die avond te rijden. Het was goed Bruce weer te zien, we hebben samen een ranger cursus gedaan in het Kruger Park en sinds die tijd zijn we vrienden gebleven. 

    Uit onze gesprekken en mijn eigen onderzoek blijkt maar weer dat Zuid-Afrika met grote problemen kampt, een slechte economie, een incapabele overheid, corruptie, veel armoede en een groot probleem met criminaliteit. En toch moet ik zeggen dat niet alles tranen met tuiten is in Zuid-Afrika. Aangezien ik er om de paar jaar kom, vallen mij ook dingen op die de gemiddelde Zuid-Afrikaan niet zullen bemerken, omdat ze slechts geleidelijk veranderen. Zo is het ook met de Zuid-Afrikaanse samenleving. Ik zie veel meer zwarte mensen in mooie auto’s rijden, met smartphones bellen, in restaurants eten. Ik zie dat industriegebieden uitgebreid worden, er meer middenstandshuizen gebouwd worden, enzovoort enzovoort. Er is dus wel degelijk een vooruitgang, alleen gaat deze te langzaam en geldt deze ook lang niet voor alle gebieden. Wat ook wel duidelijk is, anders had ik mijn stichting nooit hoeven beginnen.

    24 Oktober zal Olivier naar Zuid-Afrika reizen om de projecten in Nongoma te bezoeken. Hierbij zal hij zes dagen in de gemeenschappen en met de lokale partners doorbrengen om de volgende stappen te bespreken. Uiteraard zal er naderhand verslag worden uitgebracht van deze reis.

    Roots Up is in het leven geroepen om mensen te helpen die zichzelf willen helpen. Daarom zijn we erg blij om het nieuwste project te kunnen aankondigen. The induna van het dorpje Sekane heeft  besloten om 20 hectare opzij te zetten om groentetuinen en boomgaarden neer te zetten, waarvan de opbrengsten ten goede komen aan de gehele gemeenschap. Sekane is de eerste gemeenschap die deze stap neemt en ons heeft benaderd om dit project te realiseren. Dit zal een zeer interessante onderneming worden voor Roots Up, Imbewu Yoshinto en Sekane om hier een succes en lichtend voorbeeld voor andere gemeenschappen van te maken.

    Per 22 juli is Roots Up een samenwerkingsverband aangegaan met de non-profit Imbewu Yoshinto (Seeds of Change). De huidige situatie in Zuid-Afrika maakte het nodig om veranderingen door te voeren in de wijze van onze projectuitvoering. Daarom hebben Roots Up en African Conservation Trust besloten dat het beter is om een specifieke organisatie in het leven te roepen, die zich met de agrarische projecten bezig houdt. Rory Clark, onze permacultuur expert, Zimisele Luthuli, onze gemeenschapscontact en Zimisele’s assistenten Mtokozisi en Mdluli zullen onderdeel zijn van deze organisatie. Ook zullen we bijgestaan worden door twee trainees van de Future Farmer Foundation, die een stage bij ons lopen.

    We zijn dankbaar voor alle hulp en ondersteuning die ACT ons heeft gegeven over de laatste twee jaar.

    menuarrow-right